HulpstoffenHulpstoffen kunnen aan gewasbeschermingsmiddelen worden toegevoegd om de werking daarvan te verbeteren. Ten Brinke b.v. heeft diverse hulpstoffen in voorraad. Bij het gebruik van hulpstoffen is een gedegen kennis van de werking van gewasbeschermingsmiddelen van groot belang. Ook belangrijk is wat men wil bereiken met de middelen. Afhankelijk van weersomstandigheden en spuittechniek is het gebruik hiervan zinvol en kunnen betere resultaten worden behaald met een spaarzaam middelengebruik, waardoor de milieubelasting wordt verminderd. In het kort kunnen we de hulpstoffen als volgt indelen:
Anti-drift: een hulpmiddel om tijdens het spuiten wegwaaien naar belendende percelen, sloten en natuurranden te beletten. Zo wordt onnodige schade aan buurtgewassen of natuurstroken voorkomen. Of anti-driftgebruik nodig is, is afhankelijk van de aard van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel: het ene middel is veel driftgevoeliger dan het andere. Middelen op oliebasis zijn doorgaans niet zo driftgevoelig, terwijl dat bij andere middelen juist wél het geval is. Vaak wordt door toevoeging van plantaardige olie de werking van het middel verminderd. Anti-drift is zo samengesteld dat de werkzaamheid van het gewasbeschermingsmiddel niet wordt beïnvloed.
Hechters: zijn meestal gemaakt op basis van siliconen. Deze producten zorgen ervoor dat het gewasbeschermingsmiddel ook in periodes van wisselvallig weer niet gemakkelijk van het blad afregend, maar ook dat het middel ?slijtvast? is, waardoor het langer hecht en dus langer beschermt tegen ziekte.
Uitvloeier: wordt gebruikt om gewasbeschermingsmiddelen beter over de bladeren van het gewas te verdelen, zodat de middelen gelijkmatiger in de waslaag worden opgenomen. Ook kan door toevoeging van een uitvloeier met minder spuitwater een zelfde effect worden bereikt als met veel water, wat de spuitcapaciteit verhoogt. Ook kan door toevoeging van uitvloeier, bijvoorbeeld aan een middel met een lage dampspanning, een sneller effect worden verkregen. Hierdoor levert een lagere dosering hetzelfde of zelfs een beter resultaat op! Afhankelijk van het soort uitvloeier en het uitvloeiend vermogen wordt een deskundige keuze gemaakt voor de juiste uitvloeier.
Oliën: worden toegevoegd aan gewasbeschermingsmiddelen om de waslaag af te breken. Hierdoor worden gewasbeschermingsmiddelen sneller opgenomen. Er zijn veel verschillende soorten oliën. We kunnen bijvoorbeeld kiezen uit plantaardige esthetische oliën, die de indringing in de plant doorgaans verbeteren of uit de minerale oliën, die een betere bedekkende functie hebben.
Activatoren: beïnvloeden onder meer de energiehuishouding in een plant. Bij een goede energiebalans worden gewasbeschermingsmiddelen beter en sneller opgenomen door de plant. De ouderdom of slijtage van een plant is van invloed op het effect van een activator.
Zuren: maken de spuitvloeistof dusdanig zuur, dat de opname wordt verbeterd. Die is optimaal bij een pH van 5 tot 5,5 op het blad. Ook kan een zuur het gewasbeschermingsmiddel stabiliseren in de spuitoplossing, zodat het middel niet zijn werkzaamheid verliest voordat het op het blad terechtkomt (de zogenaamde halfwaarde tijd). Ook in dompelbaden worden zuren gebruikt. Ze maken dan het middel in een bad stabiel, zodat de werkzaamheid bewaard blijft en het middel optimaal tot zijn recht komt.
Anti-schuim: is een product dat schuimvorming bestrijdt. Het verlaagt de oppervlaktespanning. Sommige mengsels van gewasbeschermingsmiddelen in water hebben de neiging om bij roeren (rondpompen) in een tank schuimvorming te geven. De verschillende anti-schuimsoorten bestrijden dit, elk met hun eigen specifieke werking
|
|
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
|||